Selecteer een pagina

Onlangs ging er voor het eerst een schilderij onder de hamer dat tot stand is gekomen door middel van kunstmatige intelligentie. Veilinghuis Christie’s in New York verkocht Portrait of Edmond Belamy voor $432.500 (omgerekend ongeveer €380.330). Een verrassend hoog bedrag; van tevoren werd geschat dat het doek tussen de $7000 en $10.000 zou opleveren. Blijkbaar is het produceren van kunstwerken een lucratieve toepassing van kunstmatige intelligentie. Een interessante vraag hierbij is: is dit werk auteursrechtelijk beschermd en zo ja, aan wie komt het auteursrecht toe?

Origineel en een persoonlijk stempel
Het auteursrecht is een intellectueel eigendomsrecht dat alle werken beschermt die origineel zijn en het persoonlijke stempel van de maker dragen. Het ontstaat vanzelf wanneer je iets maakt dat voor bescherming in aanmerking komt, je hoeft je auteursrecht dus nergens te registreren. Het auteursrecht geeft jou het alleenrecht om je werk openbaar te maken (dat wil zeggen: toegankelijk maken voor publiek, bijvoorbeeld door het op een website te publiceren) en te verveelvoudigen (bijvoorbeeld het maken van een kopie). Daarnaast heb je persoonlijkheidsrechten, ook wel morele rechten genoemd. Hieronder vallen het recht op naamsvermelding bij publicatie en het recht om je te verzetten tegen wijzigingen aan het werk of verminkingen die jouw eer of goede naam kunnen aantasten. Wanneer je samen met anderen een werk maakt, komt het auteursrecht aan een ieder toe.

Hoe maken algoritmes kunst?
Kunstwerken gemaakt door kunstmatige intelligentie, wat moeten we ons daar eigenlijk bij voorstellen? Een leuk voorbeeld is The Next Rembrandt, een schilderij gebaseerd op duizenden originele werken van Rembrandt, dat in 2016 werd onthuld. Een softwaresysteem analyseerde zijn gebruik van geometrie, compositie, lichtval en verfmaterialen. Een gezichtsherkenningsalgoritme analyseerde bijvoorbeeld de afstanden tussen de verschillende onderdelen van het gezicht (zoals ogen, neus en mond) en drukte deze uit in percentages. Op basis van alle verkregen informatie construeerde het systeem een nieuw portret dat de stijl van de oude meester zo exact mogelijk moest nabootsen. Alsof hij uit de dood herrezen is!

Terug naar Portrait of Edmond Belamy. Het schilderij maakt onderdeel uit van een serie van elf portretten van de fictieve Belamy family. Achter dit project schuilt Obvious, een Parijs collectief van vrienden, artiesten en AI-onderzoekers dat als doel heeft om de ontwikkelingen in de kunstmatige intelligentie te duiden aan de hand van kunstwerken. Dit doen ze mede aan de hand van de filosofische vragen die deze ontwikkelingen oproepen: als een algoritme een afbeelding genereert, kan je het dan wel kunst noemen? Zou een soort artistieke Turing Test, waarbij het computer-gegenereerde voortbrengsel als kunst gekwalificeerd kan worden als iemand het verschil met een door een mens gemaakt kunstwerk niet meer ziet, dit dilemma kunnen oplossen? “If the artist is the one that creates the image, then that would be the machine. If the artist is the one that holds the vision and wants to share the message, then that would be us.” aldus Hugo Caselles-Dupré van Obvious.

Gecompliceerde verfkwasten
Bij het scheppen van de familie Belamy maakte Obvious gebruik van zogenaamde Generative Adversarial Networks. (Informaticus Ian Goodfellow, momenteel werkzaam bij Google Research, stond aan de wieg van deze algoritmes. De naam Belamy is een ode aan hem: de vrije Franse vertaling van Goodfellow is bel ami.) GANs werken op basis van zelflerende neurale netwerken die fotorealistische beelden genereren op basis van grote hoeveelheden data. Ze worden gebruikt voor bijvoorbeeld industrieel en interieurdesign, het genereren van 3D-modellen van objecten op basis van tweedimensionale afbeeldingen, het verbeteren van astronomische beelden en bewegingspatronen in video. Zelfs Facebook experimenteert ermee.

Menselijke input blijft echter geboden bij het gebruik van GANs. AI-professor Mark Riedl omschrijft ze als “really, really complicated paintbrushes with lots of mathematical parameters, and you can use this paintbrush to achieve an effect that might be hard to achieve otherwise”. Volgens hem kunnen deze algoritmes niet als enige maker van een kunstwerk worden aangewezen. De leden van Obvious geven aan dat ze veel werk hebben gehad aan het selecteren en cureren van de data. De parameters van het algoritme moesten ze handmatig selecteren, om vervolgens de resultaten te beoordelen, de beste afbeeldingen als nieuwe input te gebruiken, aanpassingen in de parameters te maken, de nieuwe output te beoordelen, wederom aanpassingen te maken en dat keer op keer op keer opnieuw, maandenlang. Toen ze het algoritme dusdanig geoptimaliseerd hadden dat het niet meer beter kon, bleven er honderden afbeeldingen over, waarvan ze er uiteindelijk elf gekozen hebben voor de Belamy portrettenserie. Dat de kunstwerken enkel en alleen door kunstmatige intelligentie gecreëerd zouden zijn, is dus niet helemaal waar.

Originaliteit kent geen tijd
Nu we een indruk hebben gekregen van hoe Portrait of Edmond Bellamy is ontstaan, kunnen we beter beoordelen of het werk voor auteursrecht in aanmerking komt. Zoals we eerder gezien hebben, moet het werk hiervoor origineel zijn en een persoonlijk stempel van de maker dragen.

Van originaliteit is sprake als het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft. Er moet sprake zijn van een zekere mate van creativiteit en dat is al snel het geval als het onwaarschijnlijk is dat iemand anders precies hetzelfde werk zou maken zonder dat hij of zij jouw creatie heeft gezien. Dit betekent overigens niet dat het werk op geen enkel ander werk mag lijken. Bij kunstwerken is al snel sprake van originaliteit. Hoewel Portrait of Edmond Bellamy tot stand is gekomen op basis van duizenden bestaande afbeeldingen, is de kans dat iemand anders (of een ander algoritme) precies hetzelfde schilderij zou maken minimaal. Bovendien: mensen laten zich evengoed beïnvloeden door wat zij eerder gezien, gehoord en gelezen hebben. Picasso beweerde niet voor niets: “Good artists copy, great artists steal.”

Menselijke geest, menselijke arbeid
Volgens de Hoge Raad betekent een persoonlijk stempel van de maker “dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid, en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengel is van de menselijke geest” (HR 30 mei 2008, NJ 2008/556, Endstra/Nieuw Amsterdam). Menselijk, dus. Dieren kunnen geen aanspraak maken op het auteursrecht, bleek uit een Amerikaanse zaak waarin een aap per ongeluk een selfie maakte. Computers, robots en algoritmes worden op dit moment net zomin gezien als zelfstandige entiteiten die auteursrechten kunnen claimen.

De mannen van Obvious hebben ondanks het zelflerend vermogen van het algoritme heel wat menselijke arbeid moeten verrichten bij de totstandbrenging van hun schilderijen. Maar is er sprake van creatieve keuzes? Wat mij betreft wel. De keuze voor een reeks portretten was een bewuste: ze wilden zich richten op een kunstvorm die iedereen zou begrijpen – een vlieger die bij abstracte kunst niet altijd opgaat. Het genereren van afbeeldingen op basis van algoritmes is niet vanzelf gegaan. Ze hebben veel tijd gestopt in het selecteren van de input. Vervolgens hebben ze de resultaten steeds opnieuw beoordeeld, aan virtuele knoppen gedraaid om instellingen aan te passen en dit proces eindeloos herhaald. Uit honderden “eindresultaten” zijn de – naar menselijk oordeel – elf beste afbeeldingen gekozen. Hun keuzes waren niet gebaseerd op feiten. Indien zij geen enkele creatieve of artistieke visie gehad zouden hebben, zou het eerste de beste resultaat waarschijnlijk goed genoeg zijn geweest en was het nergens voor nodig om de algoritmes maandenlang te perfectioneren. De makers hebben hun eigen persoonlijke stempel op de resultaten gedrukt.

Algoritmes als gereedschap
Er zijn uiteraard situaties denkbaar waarin kunstmatige intelligentie “kunstwerken” fabriceert waarbij niet of nauwelijks sprake is van creatieve keuzes of scheppende menselijke arbeid. Zoals vaak het geval is in het recht, komt het dus weer eens neer op het beoordelen en interpreteren van een specifieke casus. In het geval van Obvious zie ik het algoritme als gereedschap dat zij hebben ingezet om een bepaalde creatieve visie uit te drukken. In de woorden van Mark Riedl: “It’s much more about the human and the tool than just the tool itself.” Een algoritme in plaats van verfpotten en kwasten.

In situaties waarbij de menselijke inbreng minder duidelijk is, biedt het werkgeversauteursrecht eventueel uitkomst: als het werk in dienstverband gemaakt wordt komt het auteursrecht niet toe aan de maker, maar aan de werkgever. Met een beetje fantasie zou je algoritmes als werknemers kunnen zien die door mensen worden aangestuurd, net zoals menselijke werknemers worden aangestuurd door hun baas. Dit klinkt abstract, maar wordt al concreter als je je voorstelt dat de algoritmes gemanifesteerd zouden worden in fysieke robots. In het geval van Obvious vind ik het werkgeversauteursrecht echter minder obvious.

Wat betreft Portrait of Edmond Belamy zou ik zeggen dat het werk auteursrechtelijk beschermd is en dat elk van de drie leden van Obvious auteursrechthebbende zijn. Hopelijk hebben ze goede afspraken gemaakt over de verdeling van de inkomsten, nu hun schilderijen zoveel geld waard blijken te zijn.

P.S. Hoe zit het met de afbeelding die ik bij deze blogpost heb gebruikt? Schend ik daarmee geen auteursrechten? Nee, want het is onder voorwaarden toegestaan om afbeeldingen te gebruiken op grond van het citaatrecht. Daarover later meer.

Beeld: Portrait of Edmond Belamy door Obvious.